PolsRegio.be

Reuzen

Wie was er als kind niet gefascineerd door de reuzen? Vooral als ze door de straten wandelden of dansten. Vandaag hebben de reuzen echter wat aan populariteit ingeboet. Ze gaan minder de straat op. En uit het oog is uit het hart. 

Nochtans beschikt men in het werkgebied van POLS over een mooi aantal reuzen. Hier gaan we er even dieper op in.

Deinze

 

In Deinze wonen maar liefst 11 reuzen. De oudste Deinse reuzen zijn Arend Drubbel en Machteld Donza.  Baljuw Arend vocht mee in de Guldensporenslag en vormt een paar met Machteld. Het middeleeuwse koppel verscheen voor het eerst in het openbaar in 1954 ter gelegenheid van het 800-jarig jubileum van de pluimveemarkt. Nadien gingen ze nog vaak op uitstap, maar de laatste jaren beperken ze zich tot de vijfjaarlijkse Canteclaerstoet in Deinze.

Het grootste deel van de Deinse reuzen kwam tot stand in het kader van de Canteclaerstoet.  De imposante figuur van de haan Canteclaer dankt zijn ontstaan aan de stoet. Samen met zijn vrouw Roede zou hij 5 reuzenkinderen krijgen: Pinte, Sproete, Crayant, Cantaert en Coppe. Naast het gezin Canteclaer loopt er nog een kipje mee in de Canteclaerstoet. Krieltje Kakelkont ontsproot aan het brein van jeugdauteur Marc De Bel en werd vormgegeven door Deinzenaars Stefan Vermeulen en Katelijne Van Aelst. Het kleine reusje charmeert sinds 2007 de toeschouwers van de stoet.

De jongste Deinse reus is Lucien Buysse. Hij werd geboren in 2012 en is een eerbetoon aan de Wontergemse tourwinnaar van 1926. Deze prachtige reus werd gemaakt door de Deinse kunstenaar José  Mestdagh.

De Deinse reuzen verschijnen zelden tezamen in het openbaar, maar op de Canteclaerstoet zijn ze er wel allemaal.

Gavere

In het prinsdom Gavere hebben maar liefst 14 reuzen het levenslicht gezien, maar doorheen de jaren waren ze wat in de vergetelheid geraakt. In 2013 besloot VVV  ’t Gaverland om de giganten te herwaarderen.

Er werd met steun van POLS/Erfgoedcel Leie Schelde een ‘cel  vermiste reuzen’ opgericht. De cel boekte resultaten, want men vond de kop van reus Carlos (een ode aan voormalige burgemeester Carlos Dierickx) terug. Het onderstel van reus Carlos werd gebruikt bij de bouw van Tuur in 2007. Tuur is de reuzenversie van Tuur De Cabooter, de volkse wielrenner die Ronde van Vlaanderen won. De kop van Carlos was in de vergetelheid geraakt, maar werd ongeschonden teruggevonden in de brandweerkazerne van Gavere. Het is de bedoeling om deze reus een eigen onderstel te geven.

De meest legendarische Gaverse reuzen zijn zonder twijfel Tonus en Tonia. Hun koppen worden bewaard in de bekende brouwerij Contreras. Eigenlijk een evidente plek, want Tonus is een brouwersgast. Het reuzenpaar kreeg een dochter Nele en daarna volgden nog enkele kleine kindjes, allen samen de Tonussen, ook wel Lustige Tonussen genaamd. Deze reuzenkopjes leken van de aardbol verdwenen, maar onlangs vond de ‘onderzoekscel’ er een paar terug. Na restauratie zullen ze terug worden gebruikt.

Jolien Verroeye van de erfgoedcel ontdekte in het archief van de Koninklijke Bond der Oost-Vlaamse Volkskundigen (KBOV) in Gent dat er ook in de jaren ’80 van vorige eeuw twee reuzen waren in het kleine Baaigem. Ze waren van de partij op de bekende boerenmarkt en andere Baaigemse activiteiten, maar Egidius van Baaigem en Miss Neue Patat waren volledig in de vergetelheid geraakt. Over hun lot was niet veel bekend, maar de Gaverlingen begonnen met veel enthousiasme aan de zoektocht. In het voorjaar van 2015, onder meer dankzij het opsporingsbericht in het POLSSLAGmagazine van maart 2015, werd het lichaam van Miss Neue Patat teruggevonden in een garage in Gavere. De zoektocht levert dus wel degelijk op. Deze ontdekking geeft de werkgroep, die zichzelf De Lustige Tonussen genoemd hebben, extra motivatie om het Gaverse reuzenerfgoed nieuw leven in te blazen. In het voorjaar van 2015 maakten enkele studenten van de Artevelde Hogeschool ook een reportage over dit bijzondere stukje erfgoed. Het lijkt erop dat de Gaverse reuzen terug op de agenda staan.

Zulte

De Zultse reuzen zijn onlosmakelijk verbonden met de plaatselijke Firteltraditie. Aan het einde van de 19de eeuw (!) liepen Drumon en Adèle al mee in de Firtelstoet.

Rond 1920 onderging Drumon een naamsverandering. Vanaf dan ging hij door het leven als FransoFranso en Adèle waren net als de Firtelbok vaste gasten op de stoet. Van het paar werden verschillende versies gemaakt, want reuzen verslijten nu eenmaal. In 2013 stierven Franso en Adèle. Hun as werd toen plechtig meegedragen in de Firtelstoet.

Men opteerde om ze te vervangen door volledige nieuwe reuzen, maar er bleef wel een band bestaan met Franso en Adèle. Zo is reus Pomperwat een zoon van het koppel. Hij werd in het verleden al eens gemaakt, maar dan als kind. De nieuwe Pomperwat is volwassen. Hij wordt bijgestaan door Rollebolle, de nieuwe Zultse reuzin (zie foto hiernaast).

De derde nieuwe reus van Zulte staat bekend als ‘Reuzeke Guy’. Guy Vindevogel, ere-voorzitter van het Zultse Feest- en Sportcomité stond model. De opvolging van Franso en Adèle is dus verzekerd. Bovendien ‘leven’ de kinderen van het reuzenpaar nog. Het gaat om hun dochters Pompernelleke en Pierewit en zoon Pierewat. De kinderversie van Pomperwat is verloren gegaan. Verdwijningen komen blijkbaar ook voor in reuzenland.

De Pinte

In De Pinte zijn de reuzen het meest zichtbaar. Jan en Trees hebben immers een voorlopige standplaats in de inkomhal van het gemeentehuis. Het reuzenkoppel werd in 1979 gebouwd naar aanleiding van de opening van het gemeentehuis. De toenmalige volkskunstgroep  ’t Goetken nam het initiatief. Jan en Trees waren vroeger bijna altijd aanwezig op ieder belangrijk Pints evenement.  In 1997 gingen ze zelfs op reis naar het Duitse Ottoschwanden. Deze gemeente verbroedert met De Pinte. Sinds de pensionering van de reuzendragers in 2009 is het Pints reuzenkoppel veel minder actief. De plaatselijke scouts fungeren momenteel als begeleiders van Jan en Trees.

Maar in 2014 ging het Pintse crea-atelier Art-i-Choque aan de slag met het Pints erfgoed - na een inleidingsles erfgoed door de erfgoedcel - en werd een wedstrijd uitgeschreven voor het ontwerp van nieuwe kleren voor Jan en Trees. Op erfgoeddag 2015 werden de nieuwe kleren voorgesteld aan het grote publiek. Het resultaat mag er zijn. Jan en Trees zijn opnieuw opgenomen in het Pints collectief geheugen.

Jan en zijn Trees zijn eigenlijk de opvolgers van Pintenierke en Florinneke. Pintenierke overleed al in 1958. Zijn vrouw Florinneke verdween eveneens uit beeld.

In de jaren ’50 en ’60 van vorige eeuw vonden er in de gemeente verschillende feesten met reuzen plaats.  De giganten maakten vaak deel uit van plechtige rituelen. Zo werd in 1960 werd een reus verbrand om het einde van zijn jeugd te symboliseren. Dergelijk ritueel is mooi, maar de kolos ging zo wel onherroepelijk verloren.

Nazareth

In Nazareth kan men meespreken over ’verloren’ reuzen.  Op de wijk Stenen Molen woonden Dorus Mulders en zijn vrouw Manske Van De Steynstraete. Dorus was –hoe kan het ook anders- molenaar. In 1959 werd het reuzengezin uitgebreid met een schattige tweeling. Het gezin was te gast op menig Stenen Molen-kermis. De wijkkermis ging in de jaren 1990 ter ziele.  Doris, Manske en de kinderen waren toen al uit beeld verdwenen. De imposante en mooi aangeklede reuzen zijn vermoedelijk ontmanteld.

Nazareth beschikt gelukkig nog over ‘levende’ reuzen. Op de wijk Boeregem resideren Mie en Basiel. Boeregem ligt op de grens tussen Nazareth, Ouwegem en Lozer. Nazareth mag de reuzen zeker deels claimen. 

Mie van Boeregem zag het levenslicht in 1949. Basiel werd één jaar later geboren. Tussen 1956 en 1980 draaide de wijkkermis op een zeer laag pitje. In die jaren verlieten de reuzen de zolder niet. In 1981 kreeg de kermis een nieuw elan. Voor de reuzen was dit goed nieuws. Tijdens de Boeregemkermis van 1985 werd de wedergeboorte van Mie gevierd. Een jaartje later trad ze in het huwelijk met Basiel. Het koppel is jaarlijks van de partij op de wijkkermis. Zonder hen is het feest niet af.

Sint-Martens-Latem

In Nazareth had men Dorus, die molenaar was en in Sint-Martens-Latem oefent reus Heribert hetzelfde beroep uit. Heribert is volgens de legende de eerste molenaar van de Latemse Koutermolen. De Latemnaar heeft nooit het geluk gehad om een vrouw te vinden.

Heribert werd gebouwd in de jaren ’70 van vorige eeuw. De middenstand wou een mascotte voor hun Handelsbeurs. Na de stopzetting van de Latemse Handelsbeurs van de Middenstand bleef Heribert naar buiten komen. Hij bezocht graag de bloemenmarkt. De laatste jaren verliet hij echter de loods van de Latemse Technische Dienst niet meer. Echter, op 24 april 2015 tijdens de opening van het Erfgoedhuis/Museum Fonds De Smet, waar POLS/Erfgoedcel Leie Schelde gehuisvest is,  was hij nog eens present.

 

Het is duidelijk dat het POLS-gebied een mooi reuzenpatrimonium heeft. In het verleden ging men daar soms nonchalant mee om. De verdwenen reuzen zijn daar het beste voorbeeld van.

De laatste jaren is de interesse in reuzen opnieuw gestegen .Het besef groeit dat dit stuk cultuur niet teloor mag gaan. Toch duikt er een nieuw probleem op. Het wordt steeds moeilijker om ‘pijnders’ te vinden. Daardoor komen de reuzen minder buiten. Als reuzendragers afhaken, is er zelden vervanging beschikbaar. Het werk van de pijnders is ook geen sinecure. Het gewicht van een reus is niet te onderschatten. Vooral de oudere exemplaren zijn zwaar. Bij de bouw van een nieuwe gigant worden nu lichtere materialen zoals polyester gebruikt.  Meer en meer worden er wieltjes onder de reuzen geplaatst. Dat maakt het werk makkelijker, maar een deel van de authenticiteit van de reus gaat verloren. Door de wieltjes is het onmogelijk om volledig vrij te bewegen en te dansen. POLS/Erfgoedcel Leie Schelde ondersteunt de nog bestaande reuzeninitiatieven dan ook en onderzoekt de piste om een intergemeentelijk pijnderscomité op te richten.

Ondanks deze probleempjes zullen mensen altijd geboeid zijn door reuzen. Het zijn kleurrijke figuren die een deel van de identiteit van hun geboortegrond weerspiegelen.