PolsRegio.be

Kerken in de POLS-regio

In het  POLS-gebied zijn er 28 kerken. Deze kerken hebben elk hun eigen geschiedenis en kunstschatten. Hieronder een beknopt overzicht, anno 2015.

Deinze

Deinze is de hoofdplaats van het dekenaat Deinze. In Groot-Deinze zijn er 13 kerken. Iedere deelgemeente heeft een eigen kerk.  Op het grondgebied van de hoofdgemeente Deinze staan er zelfs twee kerkgebouwen. (foto's: collecties Erfgoedbank Leie Schelde)

Onze-Lieve-Vrouwkerk (Deinze)

Rond de 9de eeuw stond er al een kerk in Deinze. Het huidige kerkgebouw dateert hoofdzakelijk uit de 14de eeuw en is een prachtig voorbeeld van Scheldegotiek. Dat is ook te danken aan de restauratie in de periode 1896-1906. Men trachtte toen om het gebouw zoveel mogelijk in de authentieke middeleeuwse toestand te herstellen. In het transept kan men nog enkele romaanse elementen terugvinden. Het interieur is ook de moeite waard. Tot de blikvangers behoren o.a. het Van Peteghem-orgel  uit 1740 dat prachtig versierd is met de figuur van de harpspelende koning David en het gepolychromeerde koor met afbeeldingen van stambomen van Jesse en Adam. Tot de verdere artistieke hoogtepunten behoren de twaalf apostelbeelden in de middenbeuk. Ze dateren uit 1677 en zijn vervaardigd uit monochroom geschilderd lindehout. De eikenhout beeldengroep op de doopvont is eveneens zeer waardevol. Het 18de-eeuwse kunstwerk stelt het doopsel van Christus voor.  Eén van de belangrijkste schilderijen in de kerkschat  is de ‘Aanbidding der Herders’ uit de 17de eeuw. Het wordt toegeschreven aan de school van Gaspard De Craeyer. Vermeldenswaardig is ook de zeldzame laatgotische aquamanile die deel uitmaakt van de kerkschat. In de kerk wordt een reliek van de Heilige Poppo in een mooo schrijn tentoongesteld. Deze kloosterhervormer werd in 948 in Deinze geboren.

Sint-Martinus en Antonius Abt-kerk (Deinze)

De Sint-Martinuskerk was de parochiekerk van Petegem-aan-de-Leie.  Ze werd gebouwd rond 1147. Door een beslissing van de Bourgondische hertog Karel de Stoute werd dit deel van Petegem echter Deins grondgebied in 1469. De Petegemnaars gingen eeuwenlang naar hun parochiekerk die eigenlijk in Deinze lag. Het kerkgebouw onderging doorheen de geschiedenis verschillende ingrijpende wijzigingen.  Het meest waardevolle element is de romaanse toren. De toren werd na de vernielingen van 1940 in baksteen gereconstrueerd. Tot de kerkschat behoort o.a. het schilderij ‘De besnijdenis van Christus’ uit de 17de eeuw en enkele werken van Charles Picquet.

Sint-Pauluskerk (Petegem-aan-de-Leie)

De Sint-Pauluskerk is de meest recente kerk van de streek. Het gebouw werd opgetrokken in 1976. Zo stond er voor het eerst sinds de Middeleeuwen weer een kerk op Petegems  grondgebied.  De moderne kerk heeft een opvallende vrijstaande klokkentoren. Binnenin is ze zeer open en eigentijds aangekleed.

Sint-Amandus en Sint-Jobkerk  (Astene)

De Sint-Amandus en Sint-Jobkerk  werd gebouwd in de periode 1834-1836. Het gebouw verving de oude romaanse kerk van Astene die op de Kapelleberg aan de Leie stond.  Het huidige bedehuis is op architecturaal vlak geen hoogvlieger.  Het interieur is wel mooi beschilderd. In het koor zijn de oorspronkelijke polychrome schilderingen bewaard. Opvallend is het blauw geschilderde gewelf  met gouden sterren.  Het meubilair en de kunstwerken zijn deels afkomstig uit de oude kerk. Eén van de mooiste stukken uit de kerkschat is de 18de-eeuwse piëta.  De zes schilderijtjes die aan de buitenmuren hangen vormen samen de Sint-Jobommegang.

Sint-Paulus en Sint-Petruskerk (Bachte-Maria-Leerne)

Het kerkje van Bachte staat op één van de meest idyllische plekjes van Vlaanderen, vlakbij de Leie. Het bedehuis stamt uit de 11de eeuw.  In de gevels zijn de romaanse resten nog duidelijk te zien. De karaktervolle Doornikse steen werd in de 18de eeuw grotendeels vervangen door baksteen.  In  1901 werd het zaalkerkje vergroot en een nieuwe westgevel opgetrokken. Het interieur is ook de moeite waard. Het koorgestoelte dateert uit 1666. De enige biechtstoel in de kerk is vervaardigd in 1796. Het schilderij ‘Sint-Petrus’ stamt uit 1700. De doopvont is ook interessant. Het 16de-eeuwse doopbekken is laatgotisch. Het deksel is twee eeuwen jonger.

Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jankerk  (Bachte-Maria-Leerne)

De Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jankerk  was de parochiekerk van het kleine Sint-Maria-Leerne. Al in 1823 fusioneerde het dorpje met buurgemeente Bachte. De huidige kerk in zuiver neogotische stijl werd gedurende de periode 1877-1880 opgetrokken ter vervanging van een romaans kerkje. Graaf Henri ’t Kindt de Roodenbeke  die op het nabijgelegen kasteel  Ooidonk  woonde financierde de nieuwbouw.  De grafelijke familie bekostigde eveneens  een groot deel van het mooie neogotische meubilair.  De familie ’t Kindt de Roodenbeke heeft een eigen kapel vlakbij het koor van de kerk. Hun grafkelder bevindt zich in deze kapel.

Sint-Martinuskerk (Sint-Martens-Leerne)

De Sint-Martinuskerk werd gebouwd in 1845. Het nieuwe bedehuis moest de oude vervallen romaanse parochiekerk vervangen.   De bekende Leernse adellijke familie van Crombrugghe zorgde voor financiële ondersteuning bij de bouw van de nieuwe neoromaanse kerk.  Het exterieur van de kerk is vrij sober, maar de slanke toren valt op. Het meubilair en de kunstschatten zijn voor een belangrijk deel afkomstig  uit de oude kerk. Het monumentale hoofdaltaar is één van de pronkstukken. Het 18de-eeuwse altaar uit hout en natuursteen is gedecoreerd met verschillende figuren en taferelen uit het Nieuw Testament.  Centraal in het altaar is een schilderij verwerkt.  Daarop is de ‘Hemelvaart van Christus’ te zien. Een ander interessant object  is de preekstoel uit 19de eeuw. Dit houten meubel heeft de vorm  van een wereldbol  en is o.m. gedecoreerd met de symbolen van de evangelisten.

Sint-Amanduskerk (Zeveren)

De nieuwe Sint-Amanduskerk van Zeveren kwam tot stand in de jaren 1861-1862. Het oude 14de-eeuwse bedehuis van het dorp moest daarvoor wijken.  De Zeverse parochiekerk heeft op architecturaal gebied niet zoveel te bieden. Het interieur spreekt meer aan.  Verschillende items uit de oude kerk zoals o.a. het koorgestoelte werden 'herbruikt' in het nieuwe kerkgebouw.  De binnenzijde van de parochiekerk van Zeveren werd in 1936 smaakvol beschilderd. Die beschilderingen werden in de jaren 1990 professioneel gerestaureerd. Eén van de opvallendste items uit de kerkschat is het 18de-eeuwse schilderij  ‘De lanssteek’ dat boven het hoofdaltaar hangt.  Dit schilderij is een hoogstaande kopie van een werk van Pieter-Paul Rubens.   Het 19de-eeuwse  orgel verdient ook een vermelding. Dit instrument werd vervaardigd door F. Lorent-Vermeersch.

Sint-Niklaaskerk (Meigem)

De Meigemse Sint-Niklaaskerk werd voor het eerst in de bronnen vermeld in 1218. Toch is het huidige kerkgebouw nog niet zo oud. De parochiekerk  werd rond 1731 bijna volledig heropgebouwd.  Een laatste grote bouwcampagne vond plaats in 1898. Sindsdien heeft ze haar huidige neogotische vorm.   In de kerk kan men verscheidene mooie kunstwerken vinden.  Zo denken we aan het houten Sint-Niklaasbeeld  en het treffende houten Ecce Homo-beeld die vermoedelijk allebei uit de 18de eeuw dateren. Boven het hoofdaltaar hangt het schilderij ‘Onze-Lieve-Vrouw met Kind schenkt de Rozenkrans aan goede zielen’. Dit werk stamt ook uit de 18de eeuw.  In de kerk wordt een relikwie van de Bebloede Geselkolom van Christus bewaard.  Dit belangrijk relikwie werd in 1723 door toenmalig parochiepastoor Moortgat  naar Meigem gehaald.  Het stukje Bebloede Geselkolom lokte veel bedevaarders naar dorp en werd aanbeden tegen bloedziekten. Het reliek wordt ook meegedragen in de Heilige Bloedprocessie  van Meigem.  Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog  wordt deze processie jaarlijks georganiseerd. De Bloedprocessie kwam tot stand omdat men het drama dat hier aan het begin van W.O.II plaatsvond, blijvend wou herdenken. De gebeurtenissen op 27 mei 1940 zullen altijd een zeer zwarte bladzijde zijn in de geschiedenis van de Meigemse  Sint-Niklaaskerk.  Op die dag sloeg een granaat in op de kerk. Zevenentwintig mensen vonden hierbij de dood.

Sint-Bartholomeuskerk (Vinkt)

Waarschijnlijk was de eerste Vinktse parochiekerk een eenvoudig zaalkerkje dat in de veertiende – en vijftiende eeuw werd uitgebreid en evolueerde naar een hallenkerk. In 1615 stortte de Sint-Bartolomeuskerk bijna volledig in. Ze werd vanaf 1620 herbouwd. Sindsdien is het kerkgebouw echter meerdere keren aangepast en herbouwd, maar het gotisch buitenaanzicht is bewaard gebleven.  Binnenin zijn er verschillende bezienswaardigheden.   De barokke deur aan de doopkapel is een prachtig staaltje van sculpteerwerk.  De deur werd in 1625 vervaardigd door de Deinse meester-schrijnwerker Matthias De Vriese. Ook het andere meubilair zoals het hoofdaltaar, de preekstoel en de communiebank getuigen van vakmanschap. De eikenhouten communiebank werd in 1783 aangekocht en was afkomstig uit de kerk van Machelen-aan-Leie. Het kunstwerk bestaat uit fraai versierde opengewerkte panelen met daartussen mooi uitgewerkte rechtstaande engelenfiguurtjes.

 De belangrijkste schilderijen in de Sint-Bartholomeuskerk zijn de  ‘Bewening van Christus’ uit 1639 door Antoon Van den Heuvel en 'Onze-Lieve-Vrouw van Vrede' door Hubert Malfait uit 1942. Het barokke hoofdaltaar wordt door een waardevol 18de-eeuws houten gepolychromeerd beeld van de Heilige Bartholomeus bekroond.

De kerk van Vinkt zal ook altijd verbonden blijven met het begin van W.O.II. Op 27 mei 1940 werden 38 onschuldige burgers door de Duitsers gefusilleerd in de omgeving van de parochiekerk.  Sindsdien hangt er een terechte beladenheid rond de plek.

 Sint-Agneskerk (Wontergem)

In 1857 startte men met de bouw van de nieuwe Sint-Agneskerk. De oude –deels romaanse- parochiekerk werd afgebroken, omdat ze te klein en bouwvallig was. Het nieuwe kerkgebouw werd opgetrokken in neoromaanse stijl. Bijzonderheden in de kerk zijn het hoofdaltaar en de beide zijaltaren. Het hoofaltaar draagt een eikenhouten neoromaans retabel  uit 1888. De zijaltaren werden vervaardigd in witte steen en zijn respectievelijk toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Agnes. De beelden van Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Agnes werden aan het eind van de 19de eeuw vervaardigd in terracota. Ze zijn van de hand van de Gentse kunstenaar Matthias Zens, die toen zeer gekend was in religieuze middens.

Sint-Martinus en Sint-Eutropiuskerk  (Gottem)

Vermoedelijk was er al een bidplaats te Gottem  in de 9de eeuw, maar de eerste vermelding van de Sint-Martinus en Sint-Eutropiuskerk dateert uit 1171.  De onderbouw van de toren zou uit die periode kunnen stammen. Het koor en transept van de parochiekerk zijn vroeggotisch, terwijl de rest van de kerk veel jonger is. In het begin van W.O.II werd het bedehuis beschoten door de Duitse troepen, maar ook door de Belgen die hun posities verdedigden. Het kerkschip werd bij de beschietingen tot puin herschapen. Tussen 1951 en 1953 werd het huidige schip gebouwd. Dit modern aandoend gedeelte contrasteert fel met het middeleeuwse transept en koor. Het Gottems gebedshuis beschikt niet over bijzonder meubilair en oude kunstwerken. Door de vernielingen in 1940 ging er veel verloren.

Sint-Jan-Baptistkerk (Grammene)

De neogotische hallenkerk van Grammene  werd gebouwd in de periode 1903-1908. De zware achthoekige toren van de vorige Grammense Sint-Jan-Baptistkerk (waarvan de oudste delen teruggaan tot de 14de eeuw) werd in de nieuwbouw geïntegreerd. Binnenin de kerk voert de neogotiek de boventoon. De Gentse beeldhouwer Eduard Vanden Eynde vervaardigde voor deze kerk o.a. een prachtig retabel voor de Johannes De Doper-kapel  en een Christus-retabel voor het hoofdaltaar. Ook de preekstoel met beeltenissen van de 4 evangelisten en Christus Leraar is van zijn hand. Al deze items zijn vervaardigd in neogotische stijl, maar het tochtportaal en één van de biechtstoelen zijn dan weer mooie voorbeelden van Vlaamse Barok. Beide meubelstukken dateren uit 1654 en zijn afkomstig uit de oude Grammense parochiekerk. Zowel de biechtstoel als het tochtportaal zijn versierd met prachtig houtsnijwerk. Het tochtportaal is door zijn hoge graad van afwerking de grote blikvanger van de Grammense Sint-Jan-Baptistkerk.

 

Zulte

De drie kerken van Groot-Zulte ressorteren onder het dekenaat Deinze. De drie kerken hebben een diverse geschiedenis. (foto's: Heemkring Zulte)

Sint-Petrus- en Sint-Pauluskerk  (Zulte)

De parochiekerk van Zulte werd voor het eerst vermeld in de 12de eeuw.  Het toenmalige romaans gebedshuis werd in de loop van de eeuwen ingrijpend gewijzigd, maar in de onderbouw van de kerk en de toren kan men nog romaanse elementen terugvinden.

In de 17de eeuw werd de Sint-Petrus-en Sint-Pauluskerk vergroot in laatgotische stijl. Gedurende de 17de en  18de eeuw  werd de Zultse parochiekerk verschillende keren uitgebreid en aangepast.  Toch was het gebouw er in de 2de helft van de 19de eeuw slecht aan toe.  Men besloot de kerk te slopen, op de toren en het koor na. In 1914 werden de werken gestart, maar de oorlog doorkruiste de plannen.  Aan het einde van de oorlog werd de klokkentoren van de half afgebroken parochiekerk vernietigd door de Duitse bezetter. Pas in 1923 kon gestart worden met de bouw van de nieuwe gedeeltes van de het bedehuis.  Deze werden opgetrokken in neogotische stijl.  Zo zijn de romaanse-, laatgotische- en neogotische stijl alledrie verwerkt  in de Zultse parochiekerk. Door de werken breidde de oppervlakte van het bedehuis gevoelig uit. De kerk beschikt over vier beuken, een vrijwel  unieke situatie. Binnenin behoort de communiebank uit 1696 tot de belangrijkste bezienswaardigheden.  Ook het schilderij ‘Sint-Pieter in de gevangenis’ is het vermelden waard. Dit werk stamt uit 1642. De Gentse meester Antoon Van den Heuvel schilderde het.  Het orgel is 18de-eeuws. Het instrument werd gebouwd door Benoit Lambert Van Peteghem, lid van de bekende orgelbouwersfamilie. Het meest in het oog springende element van het kerkgebouw zijn echter de brandglasramen met afbeeldingen van diverse heiligen.  De 25 glasramen werden geschonken door de Zultse adel, de plaatselijke industriëlen en de notabelen.

Sint-Pieterskerk (Olsene)

De oude parochiekerk van Olsene stond dicht bij de Leie. Rond 1870 bleek de Sint-Pieterskerk echter te klein. Men koos ervoor een nieuwe kerk te bouwen op de Sint-Pieterszandberg, langs de drukke as Gent-Kortrijk. In 1880 werd de nieuwe neogotische Sint-Pieterskerk plechtig ingewijd. Het oude bedehuis werd afgebroken, maar het kerkhof bleef wel op de oorspronkelijke plek. Het nieuwe Olsens gebedshuis zou het zwaar te verduren krijgen. Het gebouw werd in beide wereldoorlogen zwaar getroffen en telkens heropgebouwd met respect voor de neogotische stijl.  Ondanks de vernielingen beschikt de kerk nog over een respectabele kerkschat. Zo hangt er een mooie collectie rouwborden. Deze werden opgehangen na de dood van een edelman of-vrouw. In de kruisbeuk hangen fragmenten van 17de -eeuwse schilderijen. Deze werken gingen verloren tijdens de beschietingen in W.O. I. Men herkent in de fragmenten o.a. de hand van de getalenteerde Gentse schilder Gaspard  De Craeyer en zijn Antwerpse 'collega'  Theodoor Rombouts. Het topstuk in de Olsene kerkschat is een sober reliekkruis. Dit kruis kwam hoogstwaarschijnlijk rond 1505 tot stand in het atelier van de Gentse zilversmid Jan Claus II en is uniek in Oost-Vlaanderen.  Het reliekkruis is prachtig in zijn eenvoud.

In de nieuwe kerk is er ook duidelijke link naar het oude bedehuis. De merkwaardige fundatiesteen die sinds enkele jaren in de parochiekerk wordt tentoongesteld zou afkomstig zijn uit de oude Olsense kerk.

Sint-Michaël-Sint-Cornelius en Sint-Ghislenuskerk  (Machelen-aan-de-Leie)

De parochiekerk van Machelen-aan-de-Leie wordt voor het eerst in de bronnen vermeld in 1163. Het huidige laatgotische bedehuis stamt hoofdzakelijk uit de 17de eeuw.  Enkel de westgevel is ouder. Dit gedeelte dateert  uit de 13de-14de eeuw en vertoont romaanse resten. Ook in de basis van de toren zouden elementen van romaanse oorsprong bewaard zijn gebleven. Het interieur van de kerk behoort tot de mooiste van de streek.  Een ‘ eyecatcher’ is het met taferelen uit het Oude Testament beschilderde plafond van het koor. Een deel van het meubilair werd vervaardigd door de getalenteerde beeldhouwer Karel Frans Van Poucke.  Zo is het classistische hoofdaltaar met beeld van de Heilige Cornelius met stuiptrekkend kind van zijn hand. De preekstoel uit 1784 is één jaar jonger dan het hoofdaltaar. Het meubel is eveneens van hoog artistiek niveau.  Het beeld onder de kuip stelt ‘Onze Moeder de Heilige Kerk’  voor. In beide werken komt de kundige hand van de meester naar voor. Een andere bezienswaardigheid is de laat-middeleeuwse kroonluchter. Dit knap stuk ambachtswerk was destijds zelfs te zien op de Wereldtentoonstelling te Parijs in 1864.

De Machelse parochiekerk kon regelmatig verfraaid worden door de opbrengsten van de Sint-Corneliusbedevaart.  De kerk verkreeg in de 15de eeuw de relieken van de H. Cornelius en de H. Ghislenus. Er werd een gilde opgericht die over de relieken waakte.  Vooral het relikwie van Cornelius bracht veel volk op de been en veel geld in het laadje.  De grote bedevaart die jaarlijks begin juli wordt georganiseerd staat bekend als ‘Machelen Gulde’.  Vroeger lokte ‘Machelen Gulde’ tienduizenden pelgrims, maar na W.O.II  taande de populariteit van deze bedevaart drastisch.

 

Nazareth

De parochie Nazareth werd in 1909 tot dekenaat verheven. Onder dit dekenaat ressorteren vandaag een belangrijk deel van de parochies in het POLS-gebied. Na de fusie van 1977 werd Eke bij Nazareth gevoegd. Op het grondgebied van  de fusiegemeente staan twee monumentale kerkgebouwen. (foto's: collecties Erfgoedhuis Nazareth/Erfgoedbank Leie Schelde)

Onze-Lieve-Vrouw-Geboorte en Sint-Antonius-abtkerk (Nazareth)

De huidige parochiekerk van Nazareth werd ingewijd in 1865. De nieuwe kerk verving een te klein geworden gotisch bedehuis.  De nieuwe parochiekerk werd zeer monumentaal opgevat. Toch is vooral de westgevel die echt waardevol is. Deze gevel werd opgetrokken in neobarokke stijl.  Binnenin is er veel meer te zien. De Nazarethse kerk is tot buiten de regio gekend voor de glasramen. Deze stellen de 'Mysteries van de Rozenkrans' voor en werden destijds geschonken door de parochianen.  Ze zijn staaltjes van vakmanschap.  De parochie geniet echter vooral bekendheid door het miraculeuze Onze-Lieve-Vrouwbeeld.  Dit houten beeldje stamt uit  de 13de eeuw. Aanvankelijk hing het aan een boom waarrond zich de eerste bewonerskern van Nazareth zou gevormd hebben. Men schreef ook miraculeuze eigenschappen toe aan het beeld. Door haar aanwezigheid kwamen en komen er bedevaarders naar Nazareth.  Op  het feest van Onze-Lieve-Vrouw-Geboorte (8 september) wordt het Mariabeeld rondgedragen tijdens de Mariale Ommegang.  Deze ommegang heeft nog steeds een grote weerklank.

Sint-Amanduskerk (Eke)

Eke heeft één kerk, maar er staan wel twee kerktorens.  De toren op het kerkhof is 18de-eeuws. Deze mooie constructie is een overblijfsel van de oude Sint-Amanduskerk. Bij de ingebruikname van het nieuwe gebedshuis aan de Stationsstraat werd de oude, te klein geworden kerk afgebroken. Enkel de toren werd gespaard omwille van zijn architecturale waarde. De nieuwe Sint-Amanduskerk kende een moeilijk begin. In 1914 was het gebouw afgewerkt, maar door het uitbreken van de oorlog werd het niet in gebruik genomen. Vier jaar later dynamiteerden de terugtrekkende Duitsers de kerktoren met enorm veel schade als gevolg.  Pas in 1926 werden de eerste erediensten in de nieuwe kerk opgedragen.  De Eekse Sint-Amanduskerk is zeer monumentaal en het mooiste voorbeeld van neogotiek in de streek.  Binnenin is de kerk eveneens de moeite waard.  Het meubilair en de belangrijkste kunstschatten zijn grotendeels afkomstig uit de oude Sint-Amanduskerk. Een opvallend schilderij is  ‘De Kruisafneming’ van Gentenaar Antoon Van Den Heuvel (1600-1667). Een ander intrigerend werk is ‘Golgotha’. Dit werk wordt toegeschreven aan Rubens’ leermeester Otto Venius (1556-1629). Bijzonder is ook de arduinen grafsteen die aan het hoofdportaal staat opgesteld. Dit grafteken lag op het graf van Cornelius De Scheppere en zijn echtgenote. De Scheppere was heer van Eke en destijds een politiek zwaargewicht. Hij was immers  een raadsheer van keizer Karel V.

Gavere

Groot-Gavere beschikt over zes kerken. Hier is er een grote diversiteit. Sommige kerkgebouwen zijn zeer waardevol, terwijl andere beduidend minder architecturale waarde hebben. (Foto's: collectie VVV 't Gaverland op Erfgoedbank Leie Schelde)

Sint-Amanduskerk (Gavere)

De Gaverse Sint-Amanduskerk werd voor het eerst in de 13de eeuw vermeld. In 1789 bouwde men een volledig nieuw gebedshuis dat de loop der jaren werd aangepast. In 1918 werd de kerk zwaar beschadigd. Bij de restauratie werd niet veel rekening gehouden met het esthetische. Een snelle heringebruikname kreeg de prioriteit.  Na de herstellingswerken was de parochiekerk een onpersoonlijk gebouw geworden. Het oorlogsmonument in de westgevel is gelukkig een meerwaarde. De Gentse beeldhouwer Aloïs De Beule stond in voor dit gedenkteken van hoogstaand artistiek niveau.  De binnenzijde van de kerk is veel mooier  en waardevoller dan het exterieur. Het interieur van het gebedshuis werd in de jaren 2000 smaakvol en met gevoel voor harmonie beschilderd. Binnenin de kerk bevinden zich een aantal kunstschatten. We denken hierbij aan de preekstoel in rocco-stijl uit 1768. De preekstoel is prachtig versierd met houtsnijwerk. Op de kuip zijn medaillons met de portretten van de H. Amandus, H. Catharina en H. Johannes Nepomucenus weergegeven. Bovenaan op het klankbord rusten twee engeltjes. Een andere bezienswaardigheid is het originele icoon boven het rechterzijaltaar.  Hierop  is 'Christus Pantocrator' ( Christus Allesbeheerser) afgebeeld. Het is één van de weinige authentieke iconen in de streek.  Het 15de-eeuwse schilderij ‘De Aanbidding der Koningen’ hoort  ook bij de belangrijkste kunstwerken van de parochiekerk. Een interessant object is het gerestaureerde mechanisme van het oude torenuurwerk dat in de kruisbeuk staat opgesteld.  De parochiekerk is verder verfraaid  met glasramen van de Gentse glazenier Hendrik Coppejans. Daarop worden o.a. de profeten, kerkvaders en evangelisten afgebeeld. Het hoofdaltaar draagt de wapenschilden van de adellijke familie Grenier. Deze adellijke familie verdient een vermelding, want het waren de belangrijkste begunstigers van de Gaverse kerk.

Sint-Martinuskerk (Asper)

In de Asperse Sint-Martinuskerk worden de romaanse-, gotische-  en neogotische bouwstijl  verenigd.  De oudste romaanse delen (toren, viering en koor) gaan terug tot de 12de-13de eeuw en zijn opgetrokken in de toen alom gebruikte Doornikse kalksteen. Het gebouw werd doorheen de eeuwen een aantal keren ingrijpend aangepast, wat een verklaring is voor de verschillende bouwstijlen. De toren is het pronkstuk van deze hallenkerk. De slanke toren werd vernield bij een brand in 1901, maar volgens de regels der kunst gereconstrueerd. Het interieur is vrij rijk aan kunst. Een werk dat eruit springt is de houten beeldengroep van patroonheilige Sint-Maarten die een stuk van zijn mantel wegschenkt aan een bedelaar. Het kunstwerk werd vervaardigd door Stanislas en J.B. Helderbergh en dateert uit 1693.  Een deel van het paardentuig en Sint-Maartens uitrusting  werd gemaakt in Oudenaards zilverwerk. Een ander aansprekend kunstwerk is het 17de-eeuwse schilderij ‘De Marteldood van Sint-Catherina’ door Van Cleef. De Asperse parochiekerk is ook het middelpunt tijdens de Sint-Martinus ruiterommegangen. Nog ieder jaar gaan ze twee keer in juli uit.

Sint-Pietersbandenkerk (Semmerzake)

De Sint-Pietersbandenkerk van Semmerzake ziet er veel ouder uit dan ze werkelijk is. In 1890 werd de te klein geworden parochiekerk gesloopt, op de toren na.  Deze toren stamt uit eind  12de-begin 13de eeuw. Rond de overgebleven torenconstructie werd een nieuw neogotisch gebedshuis gebouwd.  Voor de bouw van de nieuwe kerk werd Doornikse kalksteen aangewend. Dit soort natuursteen werd in de Middeleeuwen zeer frequent gebruikt bij de bouw van kerken in onze streken. Vandaar dat de Sint-Pietersbandenkerk middeleeuws aandoet, maar in werkelijkheid stamt enkel de toren uit die periode. Net zoals zoveel parochiekerken heeft de Semmerzaakse kerk waardevolle liturgische objecten. De Sint-Pietersbandenkerk wordt echt vooral geroemd om het 18de-eeuwse orgel gemaakt door de befaamde Lambert Van Peteghem. Dit instrument zou volgens kenners één van de zuiverste orgelklanken van Oost-Vlaanderen voortbrengen.

Sint-Martinuskerk (Vurste)

De parochiekerk van Vurste is een samenspel van de gotische-en neogotische  bouwstijl.  Het huidige koor werd in de 13de eeuw gebouwd in vroeggotische stijl. De viering met bijhorende toren is te dateren rond 1500 en is een voorbeeld van hooggotiek. Dit stuk is sierlijker dan het koor. Men ziet als het ware de evolutie van de gotische bouwstijl in de Vurstse kerk. Aan het einde van de 19de eeuw werd het oude schip afgebroken en vervangen door een nieuw in neogotische stijl. De Sint-Martinuskerk is altijd nauw verbonden geweest met het naastliggende domein Borgwal. De graven die het domein bewoonden zorgden voor de nodige financiën. Het neogotische meubilair werd door hen betaald. De gravenkapel wijst op de sterke band die er bestond tussen de kerk en de adel. In 1974 brak er brand uit in de parochiekerk. Tot begin de jaren 2000 droeg het gebouw de sporen van deze brand. Pas in 2002 was de Sint-Martinuskerk volledig in haar oude glorie hersteld.

Sint-Petruskerk (Dikkelvenne)

De Dikkelvense parochiekerk stond van oudsher op de wijk ‘De Rotse’ (plek waar nu Sint-Christianakapel staat).  Het oude kerkje was echter te klein geworden en begon  bovendien te verzakken. In de periode 1824-1826 werd iets verderop een nieuw bedehuis gebouwd.  Aan het ontwerp van het gebouw werd niet veel aandacht besteed. De kerk doet immers nogal plomp en kaal aan. In 1921 werd de westgevel gelukkig verfraaid met een ingewerkt oorlogsgedenkteken en een calvarie. Het interieur van de kerk is eleganter dan de buitenzijde. Veel objecten zijn nog afkomstig uit de oude Sint-Petruskerk. Het sobere, maar mooie doopbekken is het oudst. Het dateert van begin de 17de eeuw. Het orgel is niet imposant, maar toch het vermelden waard. Het instrument werd gebouwd door de befaamde familie Van Peteghem.

Sint-Bavokerk (Baaigem)

Op bouwkundig gebied is de Baaigemse parochiekerk één van de interessantste van de regio. Het authentieke romaanse karakter is goed bewaard gebleven.  Het Baaigemse gebedshuis was in oorsprong een eenvoudig zaalkerkje, maar het werd verschillende keren aangepast. In de 13de eeuw werd het schip met 6 meter verlengd. Twee eeuwen later werd het kleine koor vervangen door een nieuw gotisch koor en werden twee transeptarmen toegevoegd. De belangrijkste aanpassingen vonden plaats aan het begin van de 20ste eeuw. Het kerkje was te klein geworden, maar er werd gelukkig niet overgegaan tot sloping. Men opteerde ervoor om het gebouw zoveel mogelijk te behouden. Kenners waren overtuigd van de architecturale waarde. Ze besloten het romaanse hart van het bedehuis vrijwel ongemoeid te laten. In 1912 werd een nieuwe beuk, transeptarm en koor in neogotische stijl toegevoegd.  Daardoor kreeg de Sint-Bavokerk een merkwaardige plattegrond. De parochiekerk heeft sinds die uitbreiding twee koren, wat een vrijwel unieke situatie is. Architecturaal heeft het Baaigemse gebedshuis veel te bieden, maar het beschikt tevens over waardevolle kunst. Het interessantst is het 16de-eeuwse schilderij ‘De Bewening van Christus’.  Dit is een goede kopie van een werk van Hugo Van der Goes.

 

De Pinte

De Pinte is veel ‘jonger’ dan deelgemeente Zevergem. Dat weerspiegelt zich ook in de kerkgebouwen.

Sint- Nikolaas van Toletijnkerk  (De Pinte)

De Pinte was tot 1868 een wijk van Nazareth. Pas in 1839 begon men met de bouw van een eerste volwaardige kerk op de wijk. Het gebouw fungeerde de eerste decennia als hulpkerk van hoofdparochie Nazareth.  In 1900 was de parochiekerk van het inmiddels zelfstandige De Pinte te klein geworden.  Het neogotische bedehuis werd getransformeerd.  Het koor en de kruisbeuk werden vervangen. Enkele jaren na deze aanpassingen werd het schip verlengd en voegde men de doopkapel en de westertoren toe. In 1912 was de parochiekerk afgewerkt. Sindsdien heeft ze haar huidig uitzicht. De monumentale kruisbasiliek heeft een luchtig interieur. Vroeger had de binnenzijde van deze kerk een polychrome beschildering, maar deze werd jammer genoeg verwijderd. De ‘jonge’ parochie heeft geen uitgebreide kunstschat, maar enkele stukken springen er toch uit. We denken hierbij aan de 17de-eeuwse biechtstoel in de rechterkruisbeuk. Het meubel is  prachtig gedecoreerd met houtsnijwerk. Het pronkstuk van de Sint-Nikolaas van Tolentijnkerk  is het orgel. Het instrument werd in 1851 gebouwd door de Nevelse orgelbouwer Lovaert.  Het imposante orgel verkommerde jarenlang, maar werd in de jaren 2000 volledig gerestaureerd. Sindsdien produceert het terug prachtige klanken.

Onze-Lieve-Vrouwgeboortekerk  (Zevergem)

De kerk van Zevergem staat vlakbij de Schelde. Vermoedelijk stond hier al voor het jaar 1000 een bedehuis. De oudste delen van het huidige kerkgebouw gaan terug tot de 12de eeuw.  In de 18de eeuw had er een eerste verbouwing plaats in de gotische parochiekerk waardoor ook de barok zijn intrede deed in het gebouw.  In 19de eeuw werd er voor de tweede maal ingrijpend verbouw. Door deze verbouwingen verloor het gebedshuis haar middeleeuws uitzicht. De vele aanpassingen in de loop der jaren zorgden ervoor dat kerk aan de buitenzijde vrijwel stijlloos is geworden. De windhaan op de toren is het enige vermeldenswaardige.  De haan dateert uit 1855. Het interieur heeft de tand des tijds beter doorstaan. Het 18de-eeuwse karakter is vrij goed bewaard gebleven. De barokke altaren zijn mooi uitgewerkt. Ook de eikenhouten biechtstoel getuigt van vakmanschap. Dit meubel  werd  vervaardigd door de Gaverse houtsnijder  Latte in 1857 en bevat fragmenten van een biechtstoel uit 1779. De grootste blikvanger van de Zevergemse parochiekerk is echter de schilderijenreeks met de '15 Mysteriën van de Rozenkrans'.  De vijftien schilderijtjes tonen de vijf 'Droeve Mysteriën', de vijf 'Blijde Mysteriën' en de vijf 'Glorierijke Mysteriën'. De werken werden in 1776 geschilderd. Men schrijft ze toe aan Emmanuel  Van Reyschoot.  De Onze-Lieve-Vrouwgeboortekerk  is –naast de Antwerpse Sint-Pauluskerk-  de enige kerk die een volledig reeks schilderijtjes met de 15 Mysteriën van de Rozenkrans bezit.

(foto: privécollectie André Vander Beken)

Sint-Martens-Latem

Sint-Martens-Latem en deelgemeente Deurle zijn echte kunstenaarsdorpen. Beide parochiekerken passen goed in de schilderachtige omgeving.

Sint-Martinuskerk (Sint-Martens-Latem)

De Latemse Sint-Martinuskerk werd voor het eerst vermeld in 1121. Het romaanse kerkje was gebouwd in Doornikse kalksteen. Daarvan ziet men nog sporen in het koor en de fundering van het transept.  Gedurende de 17de eeuw en 18de eeuw werd de Sint-Martinuskerk verschillende keren verbouwd en vergroot. De laatste grote werken aan het gebouw vonden plaats aan het eind van de 19de eeuw. Het gebedshuis werd toen omgevormd tot een hallenkerk met een neogotisch uitzicht. Pas in de jaren 1989-1990 werden de buitenmuren wit geschilderd.  Binnenin hangt er nog een vleugje van de romaanse sfeer. Dit komt o.m. door de spitstongewelven en de sobere aankleding van het interieur.  Eén van de meest opvallende kunstwerken in de kerk is het schilderij ‘De Heilige Maria krijgt de rozenkransen uit handen van de Heilige Dominicus’ uit 1900. Gustaaf Van de Woestijne interpreteerde dit thema op een moderne manier. Hetzelfde is te zien bij de kruisweg in de kerk. Keramist Paul De Bruyne gaf in 1983 zijn eigen eigentijdse kijk op de aloude kruiswegstaties. De kruisweg is een in het oog springend element in de parochiekerk, maar tegelijk is het kunstwerk eenvoudig. De moderne elementen botsen niet met de oude kunst. De Sint-Martinuskerk toont aan dat oude en moderne kunst elkaar aanvullen.

(foto: privécollectie Albert Haelemeersch)

Sint-Aldegondiskerk (Deurle)

In 1121 kwam de Sint-Aldegondiskerk voor het eerst in de bronnen voor. Van het oorspronkelijk éénbeukig romaans gebedshuis blijft vandaag niets over. In de eerste helft van de 19de eeuw werd de kerk in fases afgebroken. De gesloopte delen werden systematisch vervangen door nieuwe stukken. De nieuwe kerk werd in 1855 plechtig ingewijd. Vanaf 1912 kreeg ze haar huidig uitzicht. Aan de buitenzijde is de Sint-Aldegondiskerk neoromaans. De westgevel wordt geflankeerd door twee torentjes, wat naar de romaanse bouwstijl verwijst.  De artistiek hoogstaande witstenen reliëfs aan de zijgevels stellen de Sint-Aldegondis-ommegang voor. Deze uit 1952 daterende werken werden gemaakt door de Gentse beeldhouwer Oscar Sinia. Het interieur van de parochiekerk is classistisch opgevat en heeft een frisse aanblik. De kerkschat is niet uitgebreid, maar heeft zeker wat te bieden. Zo is de eikenhouten biechtstoel uit 1835 een voorbeeld van kundig houtsnijwerk. De voet heeft de vorm van een levensboom.  De kuip is versierd met medaillons van Christus, David, Sint-Aldegondis en Petrus. Op de hoeken zijn de symbolen van de evangelisten weergegeven. Het volledig uitgedoste Mariabeeld neemt een zeer prominente plek in. Dit beeld werd vroeger meegedragen in processies.

 

Het bovenstaande overzicht maakt duidelijk dat de Pols-regio over een mooi kerkelijk patrimonium beschikt.  Door het sterk teruglopend kerkbezoek en het nijpend tekort aan priesters zijn veranderingen onafwendbaar. Instandhouding, maar ook herbestemming worden belangrijke opdrachten in het komend decennium.