PolsRegio.be

Sint-Nicolaas van Tolentijnkerk

Kerkplein 1, 9840 De Pinte

De kerk van De Pinte behoort tot de meest geslaagde neogotische bouwwerken van de streek. Ze heeft een lange voorgeschiedenis.

De Pinte was tot 1868 een gehucht van de gemeente Nazareth. De Onze-Lieve-Vrouwe-Geboortekerk van Nazareth was bijgevolg ook de parochiekerk van de Pintenaren, die een grote afstand moesten overbruggen om de eucharistieviering te kunnen bijwonen. De kerkelijke overheid was zich bewust van het probleem. Daarom kochten de kanunniken van Doornik in 1792 een stuk grond in het gehucht om er een kerk te bouwen voor de plaatselijke inwoners. Het Doornikse kapittel had vanouds het recht verkregen om belastingen te heffen in de wijk en ze hadden dus ook de plicht om er voor te zorgen dat de bevolking de kerkdiensten degelijk kon bijwonen. Het nieuwe kerkgebouw zou fungeren als hulpkerk van de parochie Nazareth.

De aanvang van de werken liet niet zolang op zich wachten, maar de Franse Revolutie in 1789 gooide roet in het eten. Het bouwwerk was slechts een meter boven de grond opgetrokken toen er besloten werd om het stil te leggen wegens de onzekere politieke toestand. Uiteindelijk werd er pas in 1815 een kerk geopend op de wijk, maar dit kerkje was maar een noodoplossing. In oktober 1839 volgde de eerste steenlegging van de definitieve kerk door bisschop Delebecque. De bekende Gentse architect Louis Minard tekende de plannen. De neogotische kerk van Minard zou echter snel terug volledig getransformeerd worden.

De Pinte was in 1868 een zelfstandige gemeente geworden en het kerkgebouw was al rond 1900 echt te klein. Onder leiding van architect Jules Goethals werd een nieuw koor en een nieuwe kruisbeuk opgetrokken. Het schip werd aanvankelijk ongemoeid gelaten, maar in 1909 werd dit aan westelijke zijde uitgebreid met twee traveeën. Daar hoorde ook een nieuwe ingebouwde westertoren en een doopkapel aan de noordzijde bij. In 1912 waren de werken aan de Sint-Nikolaas van Tolentijnkerk voltooid. De veranderingen bleven niet enkel beperkt tot het kerkgebouw. Al in 1905 werd de begraafplaats rond de kerk verwijderd en overgebracht naar de Vredestraat. Door de ingrijpende verbouwingen aan het begin van de 20ste eeuw is de parochiekerk een monumentaal kruisbasiliek geworden. De vierkante toren met naaldspits steekt hoog boven het dorp uit. Aan de zuidzijde van de kerk is een kleiner traptorentje gebouwd. Doorheen het driebeukig schip, het transept en het koor is de neogotische stijl aangehouden.

Opvallend is de vijfzijdige vorm van de doopkapel en de vijfzijdige afsluiting van het koor. Ze geven het gebouw dat gekenmerkt wordt door tamelijk zware steunberen een sierlijke toets. De lichtinval in de kerk wordt langs de westzijde verzekerd door de bovenlichten. In het schip werden afwisselend twee- en drielichten tussen de steunberen geplaatst. In het transept en koor werd gekozen voor elegante lancetvensters met glas-in-loodbeglazing. In koor zijn de glasramen figuratief. Ze tonen taferelen uit het Oude en Nieuwe Testament.

Het interieur van de Pintse parochiekerk is sober. Tot 1967 was de kerk polychroom beschilderd, maar toen moest de polychromie wijken voor een witte verflaag. Zo verloor de kerk wel wat aan authenticiteit. Binnenin zijn de neogotische elementen goed uitgewerkt. Het gebouw is overwelfd met kruisribgewelven en de scheibogen rusten op arduinen zuilen. Deze zuilen dragen knopkapitelen. Dergelijke kapitelen waren typisch voor de Scheldegotiek. Het toont aan dat de bouwmeester van de parochiekerk van de Pinte de oude stijlen goed had bestudeerd. Hoewel de kerk van de Pinte betrekkelijk ‘jong’ is, beschikt ze toch over enkele kunstschatten. Er zijn drie biechtstoelen, maar vooral de biechtstoel in de rechterkruisbeuk is waardevol. Het meubel is 17de-eeuws. Boven de deur is het jaartal ‘1642’aangebracht, maar in een hoger fries is ook het jaartal ‘1645’ op te merken. De voorzijde van de biechtstoel is mooi gedecoreerd met houtsnijwerk. Het linker- en rechtergedeelte van het meubel is versierd met roos- en andere gestileerde bloemenmotieven. Twee rechtopstaande engelen vormen de middenstijlen. Ze springen vooral in het oog door hun half gespreide vleugels. Het zijaltaar toegewijd aan O.L.V. van Lourdes is opvallender dan het hoofdaltaar. Op dit altaar staat een neogotisch retabel uit 1913. Maria wordt hier driemaal op afgebeeld. De kerk is niet rijk aan schilderijen. In het koor hangen een aantal ‘obiits’ die betrekking hebben op telgen uit het baronsgeslacht de Giey. In het schip hangt nog een rouwbord. Dit is opgedragen aan de oud-strijders van De Pinte uit W.O.I. Het artistiek meest waardevolle schilderij is te zien in de kruisbeuk van de parochiekerk. Het monumentale werk heet ‘Heilige Nicolaas van Tolentijn zegent de broden’. Het schilderij werd omstreeks 1840 door Jozef De Cauwer-Ronse vervaardigd. De man verwierf vooral bekendheid als directeur van de Gentse Academie voor Schone Kunsten. De prominente plek van dit schilderij in het interieur van de kerk is niet verwonderlijk. Sint-Nicolaas van Tolentijn is immers de patroonheilige van de parochie. De augustijn-met feestdag op 6 september- wordt aanbeden tegen ziekte. Vooral in gevallen van pest rekende men op zijn hulp.

Het orgel is het onbetwiste pronkstuk van de kerk van De Pinte. Het bestaat uit 10 volledige registers en 685 pijpen. Het imposante orgelfront bestaat uit 29 imitatiepijpen uit greenhout. Deze zijn met tinfolie bedekt. Daardoor lijken het metalen pijpen. Zo werden de kosten gedrukt. Het instrument stamt uit de 2de helft van de 19de eeuw. Het vorige orgel werd in 1851 vernield door een blikseminslag. De Nevelse orgelbouwer Leonard Lovaert bouwde het nieuwe instrument. Lovaert had een atelier waarin ook zijn drie zonen werkten. Vooral Louis Lovaert zou in de voetsporen van zijn vader treden. Het orgel in de Pinte wordt beschouwd als één van de beste werken van vader Lovaert. Het instrument werd in 1980 beschermd, maar het verkeerde in slechte staat. In 2001 werden de restauratiewerken aangevat. Het orgel werd niet enkel aan de buitenzijde gerestaureerd, ook de originele klankkleur werd hersteld. Vandaag wordt het instrument terug geprezen voor de zuivere klank.

De Sint-Nicolaas van Tolentijnkerk bevindt zich in piekfijne staat. Het kerkgebouw onderging in het verleden al restauraties. De kerk was beschadigd geraakt bij de beschietingen van 1918 en werd na de Eerste Wereldoorlog vakkundig hersteld. Recent onderging het gebouw ook een tweede restauratiebeurt.


 

Andere bezienswaardigheden